Noor en Piem
Soms vraagt ontwikkeling om lef. Om ruimte maken voor iets nieuws, nog voordat het vanzelfsprekend is. Vijftien jaar geleden koos het CKC ervoor om digitale kunst serieus te nemen. Dat werd het begin van het Digital Art Lab. Dit is het verhaal van Noor en Piem.
Digital Art Lab: waar nieuwe makers ruimte kregen
Vijftien jaar geleden koos het CKC ervoor om iets te doen wat nog niet vanzelfsprekend was: ruimte maken voor digitale kunst. Niet als bijzaak, maar als volwaardige kunstvorm. In 2010 ontstond het Digital Art Lab: een plek waar technologie en creativiteit elkaar versterken en waar jonge makers de ruimte krijgen om te experimenteren.
Het was een gedurfde stap. Digitale technologie was binnen cultuureducatie nog pioniersgebied. Er was geen vast cursusaanbod, jongeren werkten zelfstandig aan projecten en sommige workshops werden gegeven door leeftijdsgenoten, de zogeheten peer teachers. Piem Wirtz, die in 2013 als labmanager begon, herinnert zich dat het Lab zijn plek moest veroveren.
“In het begin was er best wat onbegrip voor de doelstellingen en werkwijze van het Digital Art Lab.”
Maar wat er wél was, was een groeiende community van slimme, nieuwsgierige jongeren. En het CKC gaf hen de ruimte. Niet alleen fysiek, met apparatuur, werkplekken en ondersteuning, maar ook inhoudelijk, door vertrouwen te geven aan iets wat nog in ontwikkeling was.
Die keuze bleek cruciaal. Het Lab groeide van een computer- en filmgerichte ruimte uit tot een volwaardige Makerspace. Er kwamen samenwerkingen met andere vakgroepen, van 3D-scan & dans tot interactieve instrumenten. Piem zag hoe jongeren zich razendsnel ontwikkelden. “We zijn in 13 jaar tijd letterlijk samen opgegroeid.”
Deelnemers werden peer teachers, later zelfstandige makers of zelfs collega’s. Sommigen stroomden door naar creatieve opleidingen of het werkveld, met een stevige voorsprong dankzij hun tijd in het Lab. Het CKC fungeerde als fundament: een plek waar innovatie niet alleen werd toegestaan, maar actief werd gestimuleerd.
Voor Noor Bink begon dat verhaal toen ze veertien was. Ze was nog nooit in het CKC geweest. Haar ingang was niet muziek of beeldende kunst, maar technologie.
“Digitale technologie en mijn verwondering daarover, van wat er allemaal kan en hoe bijzonder dat resultaat kan zijn, waren mijn ingang tot cultuur”, vertelt ze.
Wat ze vond, was een plek vol gelijkgestemden en vertrouwen. "Ik vond vertrouwen vanuit het Lab in mij, de toen 14 jarige die hier kwam vragen om een stageplaats en datzelfde jaar als peer-teacher een succesvolle workshop mocht neerzetten."
Dat vertrouwen werkte door. Noor groeide mee met het Lab, technisch, creatief en ook persoonlijk. De open blik binnen de community, waar ruimte is voor neurodiversiteit, identiteit en eigenheid, vormde haar als maker én als mens.
Nu laat het Digital Art Lab zien wat investeren in het onbekende kan opleveren. Wat begon als experiment is uitgegroeid tot een innovatiemotor binnen de kunsten én een veilige, inclusieve plek voor jonge makers in Zoetermeer. Een plek waar je binnenkomt met nieuwsgierigheid en vertrekt met het gevoel: dat kan ik nog niet, maar ik ga het zeker leren.