Luigi
Een stad groeit niet alleen in stenen, maar ook in verhalen, talent en ontmoeting. Toen het CKC in 2001 zijn deuren opende, markeerde dat een belangrijk moment in de ontwikkeling van Zoetermeer. Oud-burgemeester Luigi van Leeuwen stond erbij. Dit is zijn verhaal.
Van groeikern naar stad vol cultuur
Als oud-burgemeester van Zoetermeer maakte Luigi van Leeuwen een beslissende periode in de ontwikkeling van de stad van dichtbij mee. Toen in 2001 het nieuwe gebouw van het Centrum voor Kunst en Cultuur zijn deuren opende, stond hij er zelf bij. Nu, 25 jaar later, kijkt hij met lichte verwondering terug.
“De tijd vliegt,” zegt hij. En inderdaad, wat toen vanzelfsprekend leek, blijkt achteraf een belangrijk moment in de geschiedenis van de stad.
In de jaren negentig was Zoetermeer volop in beweging. De stad groeide snel en werkte aan haar identiteit. Er werd niet alleen gebouwd aan wijken en voorzieningen, maar ook aan iets minder tastbaars: culturele waarde. “We wilden de waarde van de stad vergroten,” herinnert Van Leeuwen zich. Niet alleen economisch, maar ook maatschappelijk en cultureel.
In die periode werden belangrijke stappen gezet. Het Stadstheater opende, de bibliotheek ontwikkelde zich sterk, De Boerderij kreeg nieuwbouw. En er ontstond het plan om verschillende kunstinstellingen samen te brengen onder één dak. De muziekschool, de Vrije Academie, Wazoem en de Theaterschool gingen samenwerken in één stichting: het CKC.
Volgens Van Leeuwen was dat een slimme zet. “Die bundeling heeft echt bijgedragen aan de culturele ontwikkeling van Zoetermeer.” Door samen te werken ontstond er ruimte voor groei, voor kwaliteit en voor ontmoeting. Voor jongeren, volwassenen én ouderen.
De officiële opening op 8 mei 2001 staat hem nog helder voor de geest. Hare Majesteit Koningin Beatrix verrichtte de openingshandeling. “Het was een afronding van de culturele ontwikkeling van de stad,” blikt hij terug, “en tegelijkertijd een uitdaging voor alle betrokkenen om zich open te stellen voor kunst en cultuur in alle vormen.”
Ook voelde het voor hem het als een markering: Zoetermeer was geen groeikern meer, maar een volwassen stad met meer dan 100.000 inwoners geworden. Een stad met een eigen cultureel hart.
Ook na zijn burgemeesterschap bleef het CKC hem dierbaar. Als Vriend van het CKC volgde hij de ontwikkelingen op afstand, mede doordat zijn vrouw, Dian van Leeuwen–Schut, jarenlang voorzitter was van de Vrienden. Hij herinnert zich bijeenkomsten waar kunstenaars vertelden over hun opleiding en loopbaan en de jaarlijkse kunstprijs.
“Hoe dan ook,” zegt hij, “CKC stond centraal.” Het was een plek waar talent zichtbaar werd en waar mensen elkaar ontmoetten.
Met de blik van nu ziet hij ook dat tijden veranderen. De vanzelfsprekende groei van toen is niet meer zo vanzelfsprekend. Toch spreekt uit zijn woorden vooral betrokkenheid en hoop. De stad verdient volgens hem opnieuw aandacht en investering, niet alleen in stenen, maar juist ook in cultuur.
Want uiteindelijk, zegt hij, draait het daarom: dat inwoners, jong en oud, zich kunnen ontwikkelen, zich kunnen uiten en zich verbonden voelen met hun stad. En daarin heeft het CKC, toen én nu, een blijvende rol gespeeld.