Het keramiekatelier van het CKC kent vele handen en vele verhalen. Al meer dan vijfentwintig jaar volgt Irene van der Winkel keramiek. Ze begon bij de Vrije Academie Zoetermeer en verhuisde mee naar het CKC. Dit is haar verhaal.

Meer dan een kwart eeuw thuis in het keramiekatelier 

Irene van der Winkel hoort bij het CKC vanaf het allereerste uur en zelfs van daarvoor. In 1998 begon ze met keramiek bij de Vrije Academie Zoetermeer, bij docent Dick Blacquière.

“Ik moest beginnen met het maken van stenen (keien). Ik heb er drie gemaakt; ik heb ze nog steeds.” Het is tekenend voor haar verhaal: niets gaat verloren, alles draagt herinnering. 

Toen de Vrije Academie verhuisde naar het nieuwe CKC-gebouw, verhuisde Irene mee. Bij de opening was ze zelfs één van de cursisten die in het keramieklokaal mocht demonstreren. Koningin Beatrix liep langs, keek toe en zei: “Oh, u bent al vaardig!” Irene lacht er nog steeds om. “De vaas die ik toen aan het draaien was, heb ik nog steeds. Ik noem hem mijn ‘koninginnevaas’.”

Al jarenlang is Irene onderdeel van de vrijdaggroep keramiek, een groep die voor haar veel meer is dan een les. “Buiten het feit dat we elkaar inspireren delen we ook lief en leed met elkaar.”

Verjaardagen, museumbezoeken, workshops, maar ook begrafenissen: het hoort er allemaal bij. “Het is gewoon fijn om dingen met elkaar te kunnen delen, en niet alleen op keramiekgebied.” 

Die verbondenheid krijgt vorm in talloze gezamenlijke projecten en tentoonstellingen. Irene bewaart er fotoboekjes van: thema’s als Japan, Macht en Pracht, Verbinding en Open/Dicht.

Hoogtepunten waren de tentoonstellingen in het CKC, haar solo-expositie Krokant wit en samenwerkingen met andere disciplines, zoals de schildergroep en het Digital Art Lab tijdens de tentoonstelling Taarten en Gebak. Ook het raku-stoken aan het einde van elk seizoen is een vaste traditie, net als de busreizen naar Parijs: “Geweldige herinneringen!” 
 
Hoewel Irene thuis vrijwel alles zelf kan doen, blijft het CKC een onmisbare plek in haar leven. Niet alleen vanwege de faciliteiten of de jarenlange opbouw van kennis en technieken, maar vooral vanwege het samen zijn. De gedeelde glazuren, de gesprekken aan de werktafels, het elkaar uitdagen en inspireren: het zijn dingen die je niet alleen kunt creëren.

“Hoewel ik thuis bijna alles zelf kan doen en maken, schrijf ik me elk jaar weer in voor het keramiekatelier op de vrijdag,” zegt ze.

“Het is gewoon fijn om dingen met elkaar te kunnen delen.” Juist die combinatie van maken, ontmoeten en blijven groeien maakt dat het CKC voor Irene veel meer is dan een cursusplek: het is een constante in haar leven geworden, een plek die ze echt niet zou willen missen.